Onooglijke plekken zijn het, die Albert Zwaan opvallen. Een flat met een parkeerplaats ernaast en een goed stuk lucht erboven, dat kan al genoeg zijn. Op fietstochten door de stad maakt hij foto’s, en thuis omringt hij zich met beelden van TV en internet. Filmpjes van metroritten door de buitenwijken van Tokio bieden een overvloed aan mooie lelijkheid. Uit die voortdurende stroom vist hij beelden die de basis vormen voor zijn schilderijen.

Stedelijke landschappen schildert hij. Desolaat ogende gebouwen, omringd door een weelderig landschap of abstracte, decoratieve motieven. Mensen komen er niet in voor. Bij het schilderen draait het om de juiste verhoudingen: de contrasten en harmonieën tussen de verschillende kleuren, vormen en verfbehandeling worden doek na doek opnieuw tegen elkaar afgewogen.

Albert Zwaan heeft een opvallend palet. Zachte, pastel-achtige tinten overheersen. Kleuren die aan tekenfilms doen denken, maar ook aan graffiti of verweerde verf op oude scheepswerven. In Berlijn zag hij grauwe DDR-flats die in pasteltinten werden overgeschilderd in een poging ze een zachtere uitstraling te geven. Maar misschien is zijn keuze veel eenvoudiger te verklaren: hij gebruikt deze kleuren simpelweg omdat hij ze mooi vindt.

Bij het schilderen luistert albertzwaan naar electronische muziek: ambient, minimal, Duitse avantgardisten. In die muziek voelt hij een energie die precies klopt met wat hij schildert. Zoals een DJ geluidsfragemten sampelt, zo combineert Albert Zwaan beelden. Daarbij put hij ook uit de kunstgeschiedenis: de expressionistische toets van Francesco Goya en El Greco, de weidse wolkenluchten van Philip Koninck: ze worden vermengd met stills uit reclamespotjes, beelden van etalages en logo’s.

In zijn tienerjaren, voordat hij op de kunstacademie leerde schilderen, was hij graffiti-artiest. Op verlaten rangeerterreinen met betonnen geluidswallen waar hij ’s nachts met zijn tasje spuitbussen liep, voelde hij zich thuis. Ook nu, als schilder, heeft hij een bijzonder scherp oog voor de schoonheid van de rafelranden van de stad. Albert Zwaan transformeert de grauwe, post-industriële stedelijke omgeving tot een vriendelijk gekleurde droomwereld.

Albert Zwaan paints urban landscapes. Desolate-looking buildings, surrounded by a lush landscape or abstract, decorative patterns. Landscapes without any people in them. For Zwaan, painting is all about the proper proportions: the contrasts and harmonies between the various colours, the forms and use of paint are all reconsidered with every new canvas.
Zwaan has a striking palette in which soft, pastel shades are dominant. Colours reminiscent of cartoons, graffiti, and weathered paint in old shipyards. In Berlin he saw gray East German GDR flats that were painted over in pastel shades in an attempt to give them a softer look. Or maybe he simply uses these colours because he likes them.
While painting, Zwaan listens to electronic music: ambient, minimal, German avant-garde. Its energy perfectly matches his painting; he combines images the way a DJ samples sound fragments. He also draws from art history: the expressionist touch of Francesco Goya and El Greco, the resplendent clouds of Philip Koninck; they are mixed with stills from commercials, images from shop windows and logos.
In his teenage years, Zwaan used to be a graffiti artist. He felt at home at the abandoned marshalling yards with concrete sound walls, where he walked around at night with his bag of spray cans. Even now, as a painter, he has a sharp eye for the beauty of the city fringes. Albert Zwaan transforms the gritty post-industrial urban environment into a friendly coloured dream world.

Anneke van Wolfswinkel